Koninklijke Harmonie
«De Ware Vrienden» Oppuurs
1872 - 1997


«Heden den 6 juni achttienhonderd twee en zeventig hebben de ondergetekenden zich vereenigt, en onderling verbonden tot het vormen van eener fanfarenmaatschappij, onder de benaming van de Ware Vrienden en met elkander de wettige middelen te beramen, tot handhaving en bevordering van gemelde maatschappij; en zijn van deze sociëteit benoemd: le tot voorzitter Joseph De Winter, tot ondervoorzitter Joannes Van Assche, tot sekretaris Joseph Nuyts, tot schatbewaarder Benoit De Boeck, tot leden der commissie Joseph Pesé, Florent Willocx en Joannes Slaghmuylders».

In het schoonste schrift en voorzeker met diepe ernst zijn de bovenstaande woorden neergepend op de gedenkwaardige dag van 6 juni 1872. Met zestien waren ze toen samengekomen ten huize van Mej. Kinderman. Zestien mannen die waarschijnlijk nooit een noot op papier hadden zien staan, nooit een instrument in de handen hadden gehad, laat staan bespeeld. Maar allen tekenden ze plechtig deze oprichtingsakte die het ontstaan zou betekenen van de nu nog bloeiende harmonie.

In een groot boek waarvan de kaft reeds lang verweerd is en de perkamenten bladen vergeeld zijn, hebben de opeenvolgende secretarissen de geschiedenis van de harmonie neergeschreven en nimmer hebben ze nagelaten «
hunne leden» te herinneren aan de geest van eendracht en ware vriendschap, zodat dan ook elk verslag sluit met een pathetische oproep: «eendrachtig zijn wij, eendrachtig blijven wij en machtig voorzeker zullen wij worden». En het eerste reglement werd geregistreerd te Puurs. Kosten: twee franks en twintig centiemen.

Tussen de maanden juli en december 1872 werden 19 instrumenten aangekocht. En de muziekleraar, L. Pauwels uit Puurs, kon beginnen met de opleiding.

Alhoewel in 1872 gesticht, werd het eerste teerfeest pas gedoopt in 1875. Aan de toenmalige pastoor werd gevraagd, ter gelegenheid van dit eerste groot feest, een heilige mis op te dragen. Deze weigerde echter; spijtig dat de reden hiervoor niet is vermeld.

In de archieven is in 1876 voor de eerste maal sprake van deelname aan muziekfestivals te Blaasveld en te Kalfort. Maar dat onze maatschappij reeds eerder de grenzen van de gemeente over- schreed, bewijst het afschaffen van serenades op vreemde bodem. Het heeft geduurd tot 1961 voor hierin terug verandering kwam en wel voor het huwelijk van Eric Tourné, thans chef van onze harmonie, dat plaatsvond te Bomen in 1961.

1880 bracht de eerste grote rouw over de fanfare door het overlijden van de eerste Voorzitter en medestichter, Jozef De Winter. Hij werd opgevolgd door zijn broer Cornelis.

Ditzelfde jaar werd besloten om buiten de muzikale activiteiten ook toneelopvoeringen te geven in het lokaal. Titels van toneelwerken zijn jammer genoeg niet terug te vinden. Nog in 1880 werd voor het eerst een kermisconcert gespeeld, 's maandags om 9 uur in de voormiddag, onder leiding van de ondertussen als chef benoemde Leon Van der Borght (horlogemaker-juwelier) uit Sint-Amands.

Op 26 juni 1881 nam de fanfare deel aan een festival te Sint-Niklaas. Bij deze gelegenheid werd aan de muzikanten en het bestuur een «
kepi» uitgereikt, versierd met de nationale kleuren en voorzien van onderscheidingstekens voor chef, voorzitter, enz.

Gedurende de eerste 10 jaar verzamelde de fanfare zes herinneringsmedailles. Zij werden opgehangen aan de standaard en zijn daar nog steeds terug te vinden en te bekijken in dorpshuis De Baronie te Oppuurs. Ook opmerkelijk en zeker het vermelden waard: vanaf het teerfeest 1881 was het toegelaten «
zich te laten vergezellen, van middag af en enkel de eerste dag, van eene moeder, vrouw, zuster of beminde». Er moesten minstens dertig dames meedoen en «geene dienstmeiden mogen zich onder de vrouwspersoonen bevinden».

In 1884 werd slechts aan één feest buiten de gemeente deelgenomen. Aanleiding hiervoor: inhuldiging van een nieuwe standaard te Liezele.

1886 werd een eerste groot jaar voor de vereniging. Ter gelegenheid van de inhuldiging van het station werd op zondag 6 juni en maan- dag 14 juni (2e Pinksterdag) een groot festival georganiseerd waaraan 29 verenigingen deelnamen. De geschiedenis vertelt ons dat 68 tonnen bier eraan moesten geloven. Iedere cafébaas moest per verkochte ton 5,- BEF aan de fanfare afstaan. Het jaar 1886 zat vol lof en jubel en kon afgesloten worden met een batig saldo van 211,71- BEF, maar... «
zoals gij ziet, achtbare confraters, houden wij, na al onze schulden te hebben gekweeten, nog een fraai sommeken beschikbaar, doch het zal wellicht den tijd niet hebben van te beschimmelen, want er staan groote uitgaven aan de deur van onze geldkoffer te kloppen». En verder in het verslag: «...en zullen daarom steeds trachten de uitgaven derwijze te regelen dat er toch altijd een eiken in het nest zal overblijven.»

Staan er in de jaarverslagen tot 1886 allerlei anekdotische gegevens vermeld, de moeite waard, dan getuigen de volgende jaren van gebrek aan geestige inspiratie. De heer Seliën, toenmalige verslaggever (een afzonderlijke functie, die spijtig genoeg niet meer bestaat) beperkte zich tot oppervlakkige mededelingen. De tijd der grote feestelijkheden en festivals scheen voorbij: in 1887 enkel Buggenhout en in 1888 Opwijk. Een serenade voor chef Leon Van der Borght te Sint-Amands ter gelegenheid van diens huwelijk was de enige activiteit in 1889. Vanaf dat jaar werd het teerfeest op «Verloren maandag» gehouden. Het jaar daarna komt er opnieuw meer beweging in de vereniging met een drietal uitstappen naar andere gemeenten. Er wordt ook overgestapt naar het lokaal van Jan Moens (de vroegere parochiezaal).

Uit het jaarverslag van 1893: «
Sommige leeden maken misbruik van de goede trouw der commissie, met op de uitlegdagen ongangbare munt op te offeren. Om dit te keer te gaan heeft de commissie, in hare zitting van 27 januari laatst, besloten eene boet van 0,50-fr. te zetten, op die leeden welke met opzet zich hieraan plichtig maken».

In 1896 of 1897 verhuist de fanfare dan naar de nieuw gebouwde zaal «Sint-Hubertus». Uitbater hiervan was in het begin Cloostermans. Met nog enkele onbelangrijke nota's komen we tot het jaar 1904. Uit een brief van 2 januari weten we dat Leon Van der Borght toen nog altijd chef was. De maatschappij kende toen 49 ereleden, 36 muzikanten en 3 niet-bijdragende leden (?).

Vanaf dan is er nergens nog iets te vinden, tot het jaar 1919. De overlevering zegt wel dat gedurende de Eerste Wereldoorlog alle instrumenten veilig werden opgeborgen en dat de Duitsers, belust op koper, op geen enkel instrument de hand hebben kunnen leggen.

De Eerste Wereldoorlog was pas achter de rug of in 1919 werd de vereniging reeds terug actief. Erevoorzitter was toen Jan De Winter, terwijl Edm. Willocx het voorzitterschap waarnam. De muzikanten kwamen onder de leiding van Antoon De Mayer, in de volksmond Toontje Kuipers genaamd vanwege zijn beroep als kuiper. Deze bleef chef tot 1933-1934 en werd opgevolgd door Leon Dhondt. Vanaf 1921 was Karel De Decker vaandrig. In die periode werd Van Lint Liv. als knaap (degene die alle klusjes opknapt voor de vereniging) opgevolgd door Janseghers Jan. Als eerste knaap werd Petrus Bellon aangesteld en als laatste Louis Willaerts. Schatbewaarder en schrijver was H. Mees.

In 1920 werd de gekende familie Van Asbroeck-De Bruyn uitbater van ons toenmalig lokaal 'Zaal Der Fanfare'.

In 1934 volgt, op aanvraag van de vereniging, de koninklijke benoeming :
«
Paleis te Brussel, den 30 april 1934. Weledele Heer Voorzitter,

………….heb ik de eer U te melden dat Zijne Majesteit de Fanfaremaatschappij «De Ware Vrienden» te Oppuers veroorlooft den titel van Koninklijke Maatschappij te voeren
».

En dit werd natuurlijk gevierd; een affiche, met de afmetingen van 67 cm breed bij 1 i n hoog, omrand met de Belgische kleuren en gedrukt bij Drukkerij Denis Jansegers-Tersago, koster te Oppuurs, verklapt ons dat op de zondagen 10 en 17 juni 1934 een luisterrijk festival plaatsvond, liefst op 3 kiosken, geplaatst aan het station, in het dorp en aan de dorpsschool. Aan dit festival waren 3.000,- BEF prijzen verbonden (een reuzenbedrag voor die tijd). Niet minder dan 32 harmonies of fanfares en 6 zangmaatschappijen namen eraan deel. Deze keer zegt de geschiedenis niets over het aantal afgedronken vaten, maar wij veronderstellen wel 't een en 't ander. Na deze prachtige feestelijkheden dreef echter een donkere wolk over de vereniging.

In de schoot van de maatschappij werd toen ook regelmatig toneel opgevoerd. Het was vooral de toneelkring 'Kunst Adelt' die verkoos om naar een ander lokaal over te stappen. Later groeide hieruit ook een harmonie, onder dezelfde naam, die thans echter niet meer bestaat.

Tot 1939 vinden we enkel nog de lijsten terug van bestuur, muzikanten en leden. Dan brak de Tweede Wereldoorlog uit waardoor alle activiteiten werden verstoord.

Onmiddellijk na de bevrijding in 1944 startte de fanfare terug, onder het voorzitterschap van Edm. Willocx, ondervoorzitter H. Stevens, schrijver-schatbewaarder Oscar Tersago en als chef de koster Denis Janseghers. Vaandrig was nog altijd Karel De Decker, even later opgevolgd door Karel Van Zegbroeck. Deze werd op zijn beurt, bij zijn overlijden in 1975, opgevolgd door zijn schoonzoon Herman De Rop, nu nog steeds vaandrig. Voorzitter Edm. Willocx werd in 1945 na zijn overlijden opgevolgd door Louis Beckers en de taak van knaap ging naar Jan De Boeck.

1950 bracht aan het hoofd van de maatschappij enkele ingrijpende wijzigingen. Jean Spillemaeckers wordt voorzitter en André Kegels secretaris-schatbewaarder. Opvallend is wel dat de maatschappij voor het eerst in haar geschiedenis overgaat tot het benoemen van een beroepsmuzikant als chef, namelijk Jan Seghers, onderkapelmeester bij het 6e Linie en kapitein bij de Mechelse politie. Het is onder zijn leiding dat in 1951 werd overgeschakeld op de nieuwe diapason. Tegelijkertijd gebeurde de overgang van fanfare naar harmonieorkest, hoewel er nu nog altijd veel over 'de fanfare' wordt gesproken. Een fanfare richt zich uitsluitend op koperinstrumenten, terwijl een harmonieorkest zowel koper- als houtblazers heeft (klarinet, hobo, enz.). Oudere muzikanten, die nog onder deze chef gespeeld hebben, beweren dat onder zijn leiding onze harmonie een flinke vooruitgang boekte. Wegens wankele gezondheid diende Jan Seghers in 1955 evenwel ontslag te nemen. Hij liet een muziekkorps achter met 48 muzikanten.

Tijdens de uitstap op 11 november 1955, overleed schielijk, te midden van zijn muzikanten en leden, voorzitter Louis Beckers. Jean Spillemaeckers volgde hem op. Jules De Keersmaecker werd verkozen tot ondervoorzitter. Als nieuwe chef werd uit verschillende kandidaten Karel De Schrijver (pseudoniem Jimmy Paresco) verkozen.

Tijdens de periode Seghers moeten we bovendien het opleidend werk vermelden van André Kegels en de gebroeders Eric en Walter Tourné, die heel wat jonge muzikanten aan de muzieklessenaar brachten. Ook na de benoeming van Karel De Schrijver deden ze dat verder, zodat onze vereniging in de jaren 1959-1960 meer dan 60 muzikanten telde. Daar waren een prachtige reeks klarinetten bij met ook twee leerlingen aan het conservatorium, Eric Tourné en Frans Van den Berghe, die later als beroepsmuzikant hun weg zouden maken. Hierbij kwam nog een trommelkorps met acht slagtrommels, dat zichzelf de naam 'Houte Spelleclub' gaf. Ze kregen opleiding van Alfons Ceurstemont, de trommelslager en van Alfons Van Hoeymissen.

Met een dergelijk korps konden successen dan ook niet uitblijven. Verschillende mooie concerten werden uitgevoerd: in Antwerpen in de dierentuin, in het stadspark en op de Groenplaats. Het hoogtepunt werd wel bereikt door deelname aan de provinciale concerttornooien van de provincie Antwerpen. In het jaar 1959, te Grobbendonk, werd de harmonie in ere-afdeling geplaatst.

Maar na zeven vette jaren, komen er wel eens zeven magere. Onenigheid tussen chef en bestuur leidde tot het ontslag van eerstgenoemde; enkele oudere muzikanten stierven, terwijl anderen vonden dat hun tijd gekomen was om er een punt achter te zetten. Het meest dramatische gebeurde bij de sectie van de klarinetten. Jonge mannen, bijna allen op huwbare leeftijd, zagen zich verplicht, bij gebrek aan woongelegenheid, om buiten Oppuurs te gaan wonen. Op een paar jaar tijd verloor de harmonie verscheidene jonge krachten.

Als opvolger van Karel De Schrijver, werd op 8 april 1961 J. Van Iseghem aangesteld. Zijn referenties waren doorslaggevend : 2de solist fluit aan het Nationaal orkest van België, leraar aan het Conservatorium van Mechelen en lid van het Blazersensemble van België. Zijn aanpak was echter iets te beroeps: verschillende muzikanten volgden de repetities niet meer, omdat ze niet meer aan bod kwamen of omdat ze «te veel» mochten spelen. Eind 1962 werd dan ook in alle vriendschap afscheid genomen.

Ondertussen had Eric Tourné zijn kwaliteiten als chef reeds in andere maatschappijen laten blijken. Het bestuur deed beroep op hem en begin 1963 tot midden 2010. kwam de harmonie onder zijn leiding.

Financiële moeilijkheden die vroeger werden opgevangen door toneel, cabaret, operette, bals en tuinfeesten (o.a. bij Achiel Moemaut en zijn dochter Clementine), beletten wel eens het aan- kopen van degelijk materiaal. Een bron van inkomsten werd gezocht en gevonden met de bierfeesten die de eerste maal in 1964 doorgingen, 14 jaar zouden stand houden en die de maatschappij toen van alle financiële zorgen zouden bevrijden. Zwarte Lola bracht als eerste in de hallen van Roger Vindevogel méér dan 1000 mensen samen. Als voorname vedetten noteren we later nog: Karl Herberger, Peggy met het Georgia Brown orkest, Rita Denève, Ingriani, Jacques Herb, Willy Sommers, Jacques Raymond, Dream Express, Trinity en nog veel anderen, met als laatste de prachtige Nederlandse groep BZN in de tent op de koer van de toenmalige meisjesschool. In de plaats van de minder aantrekkelijk geworden bierfeesten, werden de autozoektochten ingericht, die steeds meer bekendheid verwierven en waarvan in 1997 reeds de 22ste editie wordt georganiseerd.

De kop van de harmonie, waar de 'Houte Spelleclub' was weggevallen, werd voortaan voorafgegaan door een prachtig majoretten-trommelkorps. Deze groep werd opgeleid door Rik Raes en dochter Mady, onder toezicht van Louis Vanhoebroeck. Eerste tamboer-majoor werd Lieve Muys. Enkele jaren later werden ook de muzikanten met een eenvoudig maar mooi uniform getooid.

Er kwam ook verandering bij de lokaalhouders. Emma van Dores, José en Jef, hadden hun zaak 'Zaal Harmonie' (voormalig KBC bankkantoor) overgelaten. De volgende uitbater Albert Willemsen en zijn echtgenote Yvonne vielen best mee. Spijtig genoeg overleed Albert veel te vroeg. Volgende uitbaters beseften echter niet dat een harmonie een thuis nodig heeft en het ging van slecht naar erger. Uiteindelijk werd beroep gedaan op het gemeentebestuur van Sint- Amands en de harmonie mocht gebruik maken van een leegstaand klaslokaal in de vroegere jongensschool.

Keren we echter terug naar het jaar 1963. De benoeming van Eric Tourné bracht in het bestuur een lichte wijziging mee. Broer Walter, toen secretaris, werd gevraagd om zijn ontslag te geven, omdat het bestuur van mening was dat die functies niet door twee broers konden waargenomen worden. Nieuwe secretaris werd Roger Van Den Eede. Hij drong erop aan om de functies van secretaris en schatbewaarder te scheiden. Als nieuwe schatbewaarder fungeerde Meester De Mesmaecker, die na zijn overlijden werd vervangen door Adolf De Bock, die nu nog steeds deze functie uitoefent.

Op muzikaal vlak kende onze harmonie al vlug terug een hoog niveau. Regelmatig werd ze gevraagd voor optredens, ondermeer in Oostende, Wenduine, Middelkerke en La Roche. Eric «zonder zenuwen» bracht de harmonie terug in de hogere afdelingen van de provincie, namelijk in de afdeling 'uitmuntendheid', waarin de vereniging een laatste keer bevestigde te Bornem in 1987. Nog een verheugend feit was dat tijdens de Baroniefeesten te Oppuurs in het jaar 1964 het erevoorzitterschap werd aangeboden aan wijlen Baron Snoy et d'Oppuers die dit onmiddellijk aanvaardde. Hiervan werd hem tijdens de academische zitting een prachtige oorkonde overhandigd. Verschillende keren waren de muzikanten en de leden te gast op zijn kasteel te Bois-Seigneur-Isaac, wat telkens voor aangename contacten zorgde. De ondertussen in stand verheven Graaf Snoy et d'Oppuers was een trouwe luisteraar tijdens vele winterconcerten.

Begin 1964 ontviel ons weerom een belangrijk bestuurslid, met name ondervoorzitter Jules De Keersmaecker, die in zijn laatste periode meer de functie van voorzitter uitoefende, omdat Jean Spillemaeckers nog weinig aandacht schonk aan de harmonie in het algemeen. Tot nieuwe ondervoorzitter werd Jozef Heremans aangesteld. In 1968 werd Jean Spillemaeckers dan vervangen door Robert Coeckelbergh, voormalig bestuurslid en onderchef van de maatschappij. Op 21 september 1969 gaf deze echter ook zijn ont- slag als voorzitter wegens te drukke beroepsbezigheden, waardoor hij onmogelijk de talrijke vergaderingen van werkgroep en bestuur kon bijwonen. Zijn opvolger werd Alfons Van Hoeymissen, die nu nog steeds in functie is. Op 20 juli 1968 valt het afsterven te betreuren van burgemeester Achiel Moernaut, erebestuurslid van de harmonie en één van de trouwste leden die de vereniging ooit kende.

Nadat Eric Tourné de leiding van het korps had overgenomen, moesten dringend nieuwe muzikanten worden opgeleid. In 1969 werd een eigen muziekschool opgericht. Rustend pastoor R Roosbroeckx uit Antwerpen werd aangesteld als leraar en al vlug door de jeugd "t pastoorke' genoemd. We herinneren ons nog een paar zeer geslaagde leerlingenvoordrachten, maar mede door het toepassen van de Orff-methode bracht deze manier van opleiding geen volledige voldoening, omdat de instrumentenleer voor harmonie nagenoeg ontbrak.

Toen de kans zich voordeed tot het verkrijgen van een bijafdeling van de muziekschool van Bornem, werd deze met beide handen gegrepen. De inschrijvingen stroomden binnen en wanneer het eerste schooljaar in 1971 startte, telden we niet minder dan 87 leerlingen, inbegrepen een klas volwassenen met 18 leerlingen. Als eerste lerares notenleer kenden we Mevr. Leblanc. Onder leiding van burgemeester Alfons Pauwels schonk het gemeentebestuur aan de school onmiddellijk de onmisbare piano. Mede door een scherp toezicht van de aangestelde secretaris Roger Van Den Eede, bleef succes niet uit. Deze school leverde aan de harmonie vele goede muzikanten. Getuige hiervan is o.a. Felix Vanhoebroeck, die erin slaagde op klarinet een regeringsmedaille te behalen.

Het kwam zelfs zover dat de harmonie er een jeugdharmonie bijkreeg. De concerten onder leiding van Roger Borms, later onder die van Jan Cleymans uit Puurs (thans lid van het Studio 100 orkest) lokten volle zalen.

De jeugdharmonie werd gevraagd voor gastoptredens en op 22 november 1981 werd in Oppuurs een gezamenlijk concert georganiseerd met de jeugdharmonie (plv. Jan Cleymans en de Harmonie Concordia et Amicitia uit Bornem o.l.v. Eric Tourné. Het kwam zelfs zover dat toen er voor het bal van de KWB in 1979 geen geschikte muziek werd gevonden, er door leden van de jeugdharmonie prompt een orkest werd samengesteld en zij die avond optraden onder de naam '
The Clementines'. Ook deze groep verwierf vlug bekendheid en verzorgde menige optredens tot zelfs in Brasschaat. Eind 1981 kwam er echter een einde aan het samenspel van de Oppuurse jeugdmuzikanten door het feit dat meer dan de helft van hen dienstplicht moest gaan vervullen.

Na verschillende jaren van grote bloei, moest de bijafdeling van Bornem opgeheven worden bij gebrek aan leerlingen in het eerste jaar; de Staat vereist immers een minimum aan inschrijvingen. Op 3september 1983 werd echter opnieuw op eigen kracht een volwaardige muziekschool (de derde sinds 1969) opengesteld om het korps te versterken. In het eerste jaar notenleer kregen 46 leerlingen onderricht van Renild Daelemans, op dat ogenblik zelf leerling aan het Conservatorium te Antwerpen. Zij had 12 leerlingen onder haar hoede, waarvan 5 leerlingen dwarsfluit. Daarnaast is er de klas houtblazers waarin 9 studenten les krijgen van Ilse Vanderhaegen en als leraar trompet en slagwerk staat Bart Van Benningen in voor respectievelijk 5 en 6 leerlingen.

Ondertussen werd de harmonie 100 jaar. Dit werd gevierd met o.m. een ontvangst in het kasteel van de erevoorzitter te Bois-Seigneur- Isaac op 28 mei 1972. Later op 1 juli was er het kantonnaal Fedekamtornooi en een massaconcert door de maatschappijen die toen onder de leiding stonden van Eric Tourné. De dag daarop volgde een concerttornooi van de provincie Antwerpen voor harmonies en fanfares uit hogere afdeling. Een week later volgde het tweede deel van het Fedekamtornooi met een optreden van het Filharmonisch Koperorkest Boom-Willebroek. Dit alles werd omkaderd door de 8e Bierfeesten met als vedetten Willy Sommers en Jacques Herb. Tot slot van dit eeuwfeest bracht de harmonie een concert met huldigingen van verdienstelijke leden en muzikanten. De hoogste onderscheiding ooit uitgereikt in onze vereniging viel ten deel aan Moernaut Petrus J.C., ofte Miel. Hij bekwam de Gouden Palmen in de Kroonorde voor meer dan 40 jaar bestuurs- lid. Later werden nog drie Ridders in de Fedekamorde gehuldigd voor minstens 60 jaar muzikant: Jozef Daelemans, Louis Van der Plas en Robert Coeckelbergh.

In 1978 was er het jaar van het dorp. Wat kon aan het dorp beter teruggegeven worden dan toneelopvoeringen; de harmonie startte onder de leiding van Louis Vanhoebroeck prompt een nieuwe reeks, met als eerste werk 'Herrie op de hoeve', in de volledig gevulde 'Zaal Harmonie'. Enige jaren later werd het aantal toneelopvoeringen zelfs opgevoerd tot tweemaal per jaar, wat het succes alleen maar vergrootte. Jammer genoeg kunnen vandaag enkel met weemoed terugdenken aan titels zoals o.m. 'De stiefdochter', 'Een schoonmoeder uit de duizend' en 'Deining om zonsondergang'.

Er werd echter al vrij vlug een alternatief gevonden. In 1983 ontstond bij het 111-jarig bestaan van onze vereniging de groep `De Ware Vriendinnen. Dames die het moe waren om thuis braafjes de minuten af te tellen tot de aanvang van het feestmaal, besloten eveneens van in de voormiddag hun uitstap van het teerfeest aan te vangen. Om de eenheid van het groepje tegenover de buiten- wereld te beklemtonen, spraken ze af zich te verkleden, met als eerste thema 'De tijd van vroeger'. Gehuld in oude jassen, lange rokken en andere ouderwetse kledij, trokken ze van café tot café om als kakofonisch instrumentenkorps leute en plezier te maken. Ook de jaren daarna trokken ze elk teerfeest door het dorp, de ene keer als majorettenkorps, de andere keer allemaal verschillend (van veldwachter tot pastoor). Het kon niet uitblijven dat onder hen in 1986 door de heren muzikanten de eerste Miss Harmonie werd verkozen, nl. wijlen Maria Van Steen. Ook deze verkiezing werd een jaarlijkse traditie.

Tevens waren de dames op het lumineus idee gekomen een playbackwedstrijd te organiseren: Op 12 april 1986 zat de parochiezaal van Oppuurs dan ook stampvol kandidaten en supporters die aan het gebeuren deelnamen. Ook de wedstrijd van het daaropvolgende jaar werd een geweldig succes en bracht voor de harmonie een welgekomen financiële steun met zich mee. De dag van vandaag organiseren de 'Ware Vriendinnen voornamelijk jaarlijkse uitstappen naar tal van bekende oorden, zoals Bobbejaanland, Durbuy & La Roche, De Panne, enz.

De harmonie daarentegen trad naast de traditionele jaarlijkse concerten en kermisuitstappen weinig naar buiten. In 1988 noteren we enkel een optreden te Puurs en een concert te Londerzeel. Later, op 18 mei 1990, trekt de maatschappij naar Kapelle-op-den-Bos om de aldaar woonachtige voorzitter Fons Van Hoeymissen te gaan huldigen. Ter gelegenheid van zijn 20 jaar voorzitterschap werd hij daar vergast op een serenade, gevolgd door een wandelconcert in de straten van de gemeente. Het idee beviel hem zodanig dat hij ons bij zijn viering van 25 jaar voorzitter opnieuw uitnodigde om naar Kapelle te komen.

Eind 1988 richtte onze harmonie een familiefeest in, om eens op een andere manier bij elkaar te vertoeven dan een teerfeest. Van deze gelegenheid werd dan ook gebruik gemaakt om verdienstelijke leden te vieren. Ondertussen zwaaide Eric Tourné al meer dan 25 jaar de dirigeerstok bij onze maatschappij. Welk moment was er nu beter geschikt dan ons daaropvolgend concert begin 1989 om hem het gepaste ereteken op te spelden. Een blijk van waardering vanwege de muzikanten om gedurende een kwarteeuw het muzikaal niveau te verbeteren.

Eind 1991 stond de 120ste verjaardag van de harmonie voor de deur. Zoals bij verschillende maatschappijen draaiden de herhalingen maar op een laag pitje en waren er de alledaagse meningsverschillen onder de spelende leden. Het bestuur probeerde de jeugd meer bij de werking te betrekken en streefde ernaar om de leerlingen van de muziekschool vlugger in de harmonie te laten meespelen. Op organisatorisch vlak werden verscheidene vernieuwingen doorgevoerd, zoals onder meer het afschaffen van lidgeld voor de muzikanten, maar de infrastructuur van het lokaal liet niet toe om aan sommige behoeften te voldoen.

Ondertussen bleven onze 'Ware Vriendinnen' voor familiale uitstappen zorgen, terwijl de harmonie op 18 oktober 1992 voor een laatste maal deelnam aan een provinciaal tornooi te Merksem.

Binnen de gemeente verzorgde onze vereniging de opluistering van de Sint-Jansfeesten, opende mee het vernieuwde centrum van de gemeente en blies in aanwezigheid van het gemeentebestuur de kermis een beetje nieuw leven in bij de opening van de braderie in de dorpskern. Optredens buitenshuis waren dun bezaaid en enkel een concert in de Sint-Amandse Sporthal ter gelegenheid van het jubileumfeest der 'Xaverianen' en een optreden bij de Koninklijke Fanfare lever en Eendracht' te Kapelle-op-den-Bos kunnen worden vermeld.

Keren we even terug naar september 1993. Er wordt een concessie- overeenkomst afgesloten met het gemeentebestuur voor wat betreft het verkrijgen van een eigen lokaal in het Dorpshuis. In de vroegere jongensschool worden de werken gestart. Af en toe geholpen door gemeentewerklieden steken Adolf De Bock, Flor Goossens, Jozef Caluwaerts, Jan Van Zegbroeck en Karel Joos de handen uit de mouwen en geheel belangeloos vormen ze het oude klaslokaal om tot een volwaardige polyvalente ruimte. Terwijl de bijhorende keuken, de toog en de bergruimte worden afgewerkt, staan Dirk De Decker en David Vermeire garant voor het plaatsen van de elektrische installatie. Het aankopen en leveren van het nodige bouwmateriaal is voor rekening van het gemeentebestuur. Met terechte trots hield onze harmonie dan ook in november 1995 haar eerste repetitie in het gloednieuwe lokaal. Het was inmiddels bijna 20 jaar geleden dat we ons teerfeest konden laten doorgaan in de eigen vertrouwde omgeving.

Nu men in eigen beheer het lokaal kon uitbaten, was men genoodzaakt de feitelijke vereniging Koninklijke Harmonie De Ware Vrienden om te vormen tot een VZW. Dit bracht met zich mee dat er op bestuurlijk vlak een volledige herverkiezing diende te gebeuren, met oprichting van een beheerraad. Zo werden op 9 september 1996 alle muzikanten en leden van de harmonie uitgenodigd tot het kiezen van een nieuw bestuur, waarvoor op voorhand kandidaturen mochten worden binnengebracht, waarbij men vooral hoopte op de gewenste verjonging. Uiteindelijk bleef Alfons Van Hoeymissen voorzitter, werd Herman De Rop verkozen tot ondervoorzitter, bleef Adolf De Bock de functie van schatbewaarder uitoefenen en werd Luc De Rop tot nieuwe secretaris aangesteld. Naast Guy Seghers (uittredend secretaris) en Karel Joos, werden als nieuwe bestuursleden Sonja Lenaerts, Aloïs Moens en Peter Van Hoeymissen verwelkomd.

De vorige ondervoorzitter Jozef Heremans, Jan Van Zegbroeck, Roger Van Den Eede, Robert Coeckelbergh, Flor Goossens en Louis Vanhoebroeck kregen de titel van erebestuurslid. Op 4 december 1996 viel het afsterven te betreuren van Prosper Tourné, mede ere- bestuurslid en reeds sinds 1920 in hart en ziel lid van «De Ware Vrienden».

Zonder grootse daden te stellen, doch drijvend op een zeer degelijk muzikaal peil, vervolgt de harmonie nu haar weg. Een weg die nooit mag eindigen! Daarom vieren we ook in 1997 uitgebreid het 125-jarig bestaan van onze vereniging. Een groots jubileumconcert zal zijn stempel drukken op een jaar vol van activiteiten met als orgelpunt een familiefeest om U tegen te zeggen.

Nu, eind 1996, bij het schrijven van deze tekst, kan de harmonie fier zijn op haar leerlingen, muzikanten en leden die zich in het verleden hebben ingezet voor het voortbestaan van onze vereniging en die dat ook in de toekomst willen blijven doen, een vereniging van 'Ware Vrienden' waardig !

Luc De Rop,
(gebaseerd op de tekst van R. Van Den Eede)