Stemapparaten

Stacks Image 3
Stacks Image 4
Stacks Image 5
Stacks Image 6
Hoe werkt een stemapparaat ?

Geluid en dus ook muziek, is een trilling van de lucht die ons oor bereikt en die we dus horen. Het aantal trillingen bepaalt de toonhoogte : hoe meer trillingen, hoe hoger de toon. Het aantal trillingen wordt uitgedrukt in Hertz, dat is het aantal trillingen per seconde. Een menselijk oor kan ongeveer tussen 20 en 20.000 Hertz waarnemen.

Een stemapparaat kan trillingen, dus toonhoogte, meten. We kunnen dat dus gebruiken om instrumenten juist te stemmen. Waarom is dat nodig ? Omdat je instrument niet altijd even hoog klinkt. Veel hangt nl. af van de omstandigheden (koud, warm, vochtig, droog) maar ook van je mondzetting, je riet, je mondstuk, je conditie. Het is dus belangrijk om alle instrumenten op mekaar af te stemmen, dus te vergelijken met één en dezelfde standaard toonhoogte.

Alvorens te stemmen moet je het stemapparaat juist zetten. Maar wat is “juist” ? Om daar een antwoord op te geven moet er in het orkest een afspraak worden gemaakt over de toonhoogte waarop de instrumenten gestemd moeten worden. Die afspraak geldt mbt één bepaalde noot, nl. een LA. Een standaard LA op een instrument dat in DO staat (bvb een piano) trilt aan 440 trillingen per seconde, dus 440 Hz. Je kan het aantal trillingen waarop je wil stemmen instellen op je stemapparaat. Op je stemapparaat kan je dat aantal trillingen aanpassen naar iets hoger (441, 442, 443) of iets lager (439, 438). Als je dat doet zal het apparaat zich aanpassen en een juiste LA aangeven wanneer je het ingesteld aantal trillingen bereikt. Het apparaat zal de juistheid van alle andere noten die je speelt ook meten in functie van de instelling die je aan de LA hebt gegeven. Heb je dus bvb. een LA ingesteld op 442Hz, dan zal het apparaat niet alleen de LA, maar ook alle andere noten meten in functie van die verhoging.

Waarom hoger of lager meten dan 440Hz ? Dat kan verschillende redenen hebben : de temperatuur bvb. In een warme omgeving stijgt de toon van instrumenten, in een koude daalt de toonhoogte. Als de toonhoogte stijgt is het beter om alle instrumenten iets hoger te stemmen (bvb. 442 of 443Hz). Dit om te vermijden dat iedereen zijn instrument te veel moet verlagen (verlengen). Een aantal instrumenten heeft immers beperkte mogelijkheid om dat te doen (hobo bvb). Daarom is het belangrijk om, alvorens te stemmen, de vraag te stellen op hoeveel Hz er gestemd wordt. Stel je stemapparaat daarop in vooraleer je begint.
Dan kan je stemmen. Ieder instrument heeft een “ideale” noot waarop ze steeds gestemd wordt.

Een stemapparaat geeft de noot aan die je speelt, en zegt of ze te laag, juist, of te hoog is. Als je stemnoot te hoog staat moet je je instrument verlagen. Hoe ? Door het te verlengen. Staat het te laag, dan moet je het verhogen door het korter te maken. Hoe onthouden : een bas is een LANG instrument, speelt LAAG. Een piccolo is een KORT instrument dus HOOG. Snappie ?

Als de stemnoot van je instrument juist staat, dan betekent dat niet dat alle noten juist staan. Daarom zijn de stemapparaten die op je instrument zijn aangesloten en permanent de toonhoogte aangeven, erg nuttig. Je kan immers altijd zien of je de noten op de juiste hoogte speelt, ook tijdens repetities en concerten. Dat lukt uiteraard alleen bij langere noten, omdat het stemapparaat de tijd moet hebben om te meten en resultaat te geven.
Een stemapparaat geeft de noot aan die je speelt, onder de vorm van een letter : A = LA, B = SI, C = DO, D = RE, E = MI, F = FA en G = SOL. Ook bemols en kruisen worden weergegeven, dus per halve toon, met het achtervoegsel "es" voor bemols en "is" voor kruisen. Bijvoorbeeld Cis = Do# en Bes = Sib.

Ieder instrument heeft echter niet dezelfde toonaard. Wat is dat nu weer ? Wel, als je op een dwarsfluit een DO speelt, dan klinkt die NIET hetzelfde als een DO op een klarinet. Hoe komt dat ? Doordat een dwarsluit in toonard DO staat en een klarinet in toonaard Si bemol. Dat betekent dat een klarinet een toon lager staat dan een dwarsfluit. Dwz dat een klarinet een RE moet spelen om die hetzelfde te laten klinken dan de DO op de dwarsfluit. Dat is ook de reden waarom je partituren ook niet gewoon kan uitwisselen tussen alle instrumenten.

Op de meeste moderne stemapparaten kan je de toonaard van je instrument instellen, zodat ook de letters die het stemapparaat aangeeft, overeenkomen met de noot die jij speelt. Op wat oudere toestellen kan dat niet en moet je zelf de omzetting in je hoofd doen. Die omzetting is niet altijd gemakkelijk, maar als dat je niet lukt is dat niet zo erg. Het is vooral de wijzer die aangeeft of je te hoog zit of te laag die belangrijk is. De letter is meestal wel OK, want eer de letter omschakelt naar de naasthogere of naastlagere halve toon, moet je al erg vals aan het spelen zijn …

En als ultieme stemmer geldt natuurlijk je oor. Ieder instrument en iedere muzikant is verschillend. Het kan zijn dat op het ene instrument die bepaalde noot wat hoger klinkt en een andere wat lager. Dat los je dan op door die noot wat hoger of lager te spelen door een andere vingerzetting of een andere mondzetting toe te passen. Hoe je dat laatste doet is dan weer een speciale aanpak per instrument.

Hopelijk ben je hier wat mee ! Succes ermee !

Luc


Bekijk de demo-film van de KORG TM-60 Tuner